Persoonlijk

Kunst & Autisme

Over het syndroom van Asperger, een bipolaire stemmingsstoornis, en de plek van kunst in mijn leven.

"Mijn manier van denken is verweven met wat ik doe."

Ik heb zelf het syndroom van Asperger. Lange tijd heb ik gezocht naar een plek waar mijn manier van kijken, denken en werken samenkwam met iets wat ik goed kon en waar ik rust bij vond. Die plek heb ik uiteindelijk gevonden in het maken van realistische kunst.

Realisme vraagt om nauwkeurigheid, herhaling, geduld en een scherpe blik voor detail — eigenschappen die voor mij niet los staan van wie ik ben, maar er juist een directe uitdrukking van zijn. De rust en de stilte die in mijn schilderijen te zien zijn, zijn geen toevallige stijlkeuze: ze weerspiegelen hoe ik de wereld om me heen ervaar en orden.

Waar het voor anderen misschien een bewuste artistieke beslissing is om te kiezen voor evenwicht, eenvoud en een ingetogen lichtregie, is dat voor mij een verlengstuk van mijn denken. Structuur, precisie en een langzame, geconcentreerde werkwijze passen bij hoe mijn hoofd werkt — en juist daardoor voelt het maken van kunst voor mij niet als een last, maar als een plek waar ik volledig mezelf kan zijn.

Stilte als noodzaak

Naast het syndroom van Asperger leef ik ook met een bipolaire stemmingsstoornis. In mijn dagelijks leven zijn dat geen twee gescheiden hokjes, maar twee stromingen die door elkaar heen lopen en samen bepalen hoe een dag, een week of soms een heel seizoen aanvoelt.

Er zijn periodes waarin ik me voor langere tijd terugtrek. Niet uit onvrede of afwijzing, maar omdat stilte dan is wat ik nodig heb om weer op adem te komen. Dingen die voor de meeste mensen vanzelfsprekend zijn — een gesprek, een verjaardag, gewoon even bellen — kosten mij in die periodes meer energie dan ze opleveren. Ik trek me dan terug in het atelier en werk in kleine, herhaalde bewegingen aan een schilderij, en laat de wereld liever even langs me heen gaan dan dat ik er middenin sta. Dat is niet altijd makkelijk te begrijpen voor mensen om me heen, en ik snap dat een lange radiostilte kan aanvoelen als afstand. Voor mij is het vaak juist het tegenovergestelde: een manier om overeind te blijven, zodat ik er later weer voluit kan zijn.

Contact dat moeite kost

Los van stemming is contact voor mij sowieso vaak al een opgave. Sociale situaties lopen bij mij niet vanzelf zoals bij de meeste mensen; ik denk bewust na over wat een gepaste reactie is, hoeveel oogcontact "normaal" aanvoelt, wanneer een gesprek eigenlijk klaar is. Dat kost oplettendheid en moeite die voor anderen ongemerkt verloopt. Vermoeidheid na een dag vol prikkels en gesprekken is voor mij dan ook geen overdrijving, maar gewoon de realiteit waar ik rekening mee houd.

En dan, soms, alles tegelijk

Maar er is ook een andere kant. Op goede momenten — en die zijn er gelukkig ook, vaak net na zo'n periode van rust — kan het beeld compleet omslaan. Dan voel ik juist een overvloedige behoefte aan aandacht en contact. Ik wil dan delen, vertellen, mensen ontmoeten, een workshop geven, aan tafel zitten met bezoekers in het atelier. Die energie voelt bijna grenzeloos, en ik merk dat ik in die fases soms te veel tegelijk wil: te veel praten, te veel plannen maken, te veel mensen om me heen willen hebben. Het is een soort overvloed die net zo goed bij mij hoort als de stilte die eraan voorafgaat of erop volgt.

Ik deel dit niet om uitleg te vragen of mezelf ergens tegenover te zetten, maar omdat het een eerlijk en belangrijk deel is van wie ik ben — als mens en als kunstenaar. Wie mijn werk door de jaren heen volgt, ziet daar misschien ook iets van dat ritme in terug: periodes van verstilde, herhalende precisie, afgewisseld met periodes waarin ik me juist naar buiten keer, in nieuwe series, exposities of ontmoetingen. Beide horen bij hoe ik werk, en beide zijn een eerlijke afspiegeling van wie ik ben.

Heb je vragen over dit onderwerp, of wil je hierover in gesprek — neem gerust contact op.